Erzsébet en Barbara in een kritisch gesprek (1)

In de afgelopen artikelen heeft Erzsébet Thomasse haar manier van werken als jeugdwerker in de kerk toegelicht. Zij zette onder andere de achtergronden van de ‘kruispuntvieringen’ uiteen, evenals de theorie onder het ‘verhalend ontwerpen’. In drie artikelen bevraagt Barbara Broeren haar kritisch.

Het valt me op dat je in een ‘kruispuntviering’ heel nauw aansluit bij de huidige cultuur. Is het nodig om zo ver te gaan?

Mijn primaire reactie is: ja, want het is mijn wens om jongeren te bereiken. Het is belangrijk om niet direct de boodschap af te geven dat je afstand moet doen van je cultuur om christen te kunnen zijn. Als je geen contact maakt met jongeren op de plek waar zij zijn en met hun belevingswereld, dan vinden jongeren de boodschap niet relevant. Wanneer je als kerk bevreemdend werkt, dan creëer je direct afstand. Bovendien veranker je met deze werkwijze christelijk gedachtegoed in de eigen cultuur, omdat zij bijvoorbeeld muziek uit de viering verbinden aan de boodschap van de viering als zij dit op de radio horen.

Wel wil ik daarbij benadrukken dat ik afkomstig ben uit de kop van Noord Holland. De situatie in veel kerken is daar anders dan op andere plaatsen in Nederland. Vaak zijn er maximaal 10 kinderen die de kindernevendienst bezoeken en zijn er hooguit 20 gezinnen die op de één of andere manier betrokken zijn bij de kerk. Daarnaast mist er een grote groep 30- tot 50-jarigen die de kerk verlaten hebben. Het concept van de kruispuntvieringen is ontwikkeld voor deze context. Dat betekent dus dat een jeugdwerker of predikant naar zijn eigen context moet kijken en dan wellicht andere keuzes maakt.

Kun je een voorbeeld noemen van een ander concept dat beter past in een andere context?

Kijk bijvoorbeeld naar de omgeving van Wageningen of Putten. Daar zie je een ander beeld. In enkele kerken wordt daar een sterk concept neergezet met diversiteit in (kerk)muziek en praktische preken met een gedegen inhoud die worden ondersteund met een powerpointpresentatie. Ook daar wordt de stap naar de cultuur gemaakt, maar dit concept sluit goed aan bij de doelgroep van jonge gezinnen in die specifieke omgeving. Een ander voorbeeld is Amsterdam. Daar is het mogelijk om als gemeente een keuze te maken voor het type kerk dat je wilt zijn. Er zijn vervolgens genoeg mensen in geïnteresseerd die er ook bereid zijn voor te reizen. En eerlijk is eerlijk: waarom zou je zo’n concept veranderen als het nu goed werkt?

Wat voor tip heb je voor predikanten die met dit concept aan de slag zouden willen?

De vraag die iedere predikant of kerkenraad voor zichzelf moet beantwoorden is wat er past in zijn of haar context. Wat past er bij deze gemeente, deze doelgroep en deze cultuur? Daarbij is het belangrijk om te kijken naar de opbouw van de gemeente in leeftijd, opleidingsniveau en sociale context. Als het gaat om jongeren kun je vragen stellen als: waar gaan de tieners naar school? Waar komen ze elkaar tegen bij de sport? Waar kun je aansluiten bij deze jongeren? Wie willen we bereiken en waarom? Vervolgens kun je keuzes maken die passen bij deze specifieke context en bij deze mensen.

Uiteraard is daarbij de belangrijkste onderliggende vraag: wil je jongeren bereiken die passen binnen de eigen kerkcultuur of wil je hen kennis laten maken met het christelijk geloof? Hoeveel ruimte krijgen jongeren écht van de gemeenschap?

Erzsébet Thomasse en Barbara Broeren