Erzsébet en Barbara in een kritisch gesprek (3)

In de afgelopen artikelen heeft Erzsébet Thomasse haar manier van werken als jeugdwerker in de kerk toegelicht. Zij zette onder andere de achtergronden van de ‘kruispuntvieringen’ uiteen, evenals de theorie onder het ‘verhalend ontwerpen’. In drie artikelen bevraagt Barbara Broeren haar kritisch.

Het valt me op dat je veel ideeën ontleent aan het onderwijs, waarom doe je dat?

In de loop van de tijd is onze manier van leren sterk veranderd. We hebben het nodig om te leren via intermenselijk contact. In het onderwijs zijn leerkrachten continu bezig om dezelfde inhoud (rekenen, taal, etc.) over te brengen aan de leerlingen op zo’n manier dat het aansluit bij hun belevingswereld en manier van leren. En met resultaat. In de kerk geven we op veel plekken invulling aan het leren en overbrengen van inhoud op een ouderwetse manier. Het resultaat is vaak dat een jongere de boodschap niet relevant vindt en het blijft bij theoretische kennis.

Vroeger legde de leerkracht altijd iets klassikaal uit. Nu wordt er steeds rekening gehouden met individuele niveaus van leren en leren de leerlingen veel van elkaar. Zij onderzoeken en ontdekken zaken in groepjes leerlingen. Ik pleit ervoor om goede, nieuwe ideeën uit het onderwijs over te nemen in de kerk, omdat het onderwijs erop gericht is jonge mensen iets te leren wat voor hen relevant is. Tenslotte zijn wij er ook van overtuigd dat wij jonge mensen iets relevants voor hun leven kunnen leren.

Leren via intermenselijk contact. Wat bedoel je daar precies mee?

Mijn zoektocht naar andere methoden om te leren is begonnen toen ik merkte dat zowel mijn kinderen als ikzelf in de kerk niet werden gezien zoals wij waren. Het geloof ging wél tot ons spreken in gesprekken met anderen waar het gaat over vragen als ‘wat doet het je’ en ‘welke troost geeft het je’. Jongeren zoeken een direct toepasbaar geloof en stellen de vraag ‘wat heb ik er aan’?

Een voorbeeld: je kunt een gesprek met je kind hebben over voedsel en waar dat vandaan komt. De boodschap die je door wilt geven wordt heel concreet als je samen in de keuken het eten bereidt. Je hebt contact, er is zeker sprake van een boodschap en je ziet het eten letterlijk voor je.

Je leert ook geloven door op te trekken met mensen die geloven in de echte wereld. Ik ken veel jongeren die hun geloof relevant vinden. Vaak zijn zij betrokken bij een organisatie als Youth for Christ of gaan zij op werkvakantie naar Roemenië. Zij leren dit niet door te praten over hoe je geloof praktisch kunt maken, maar zij leren door het hen voor te leven, door hen te ontmoeten en samen op te trekken.

Hoe kan ‘authentiek leren’ eruit zien in de kerk?

Dat betekent dat je niet alleen maar zit en ontvangt. Christen zijn betekent dat je de ander vrij laat in zijn zoektocht, maar dat je de momenten die je samen op loopt benut. Ik denk dat dit automatisch betekent dat de focus op de viering en de nadruk op de zondag moet veranderen.

Tenslotte is ook de rol van de kerk in de loop van de tijd veranderd. Vroeger was de kerk een netwerk dat je nodig had om werk te vinden of hulp te krijgen als oudere voor het zware werk in de tuin of om naar het ziekenhuis te gaan. De kerk was op die manier heel anders functioneel dan nu en aanwezig met liefde. Voor de jongeren heeft de kerk deze functie niet meer. De gemiddelde jongere leeft in welvaart en heeft de kerk daar niet meer voor nodig. Door te veranderen kan de kerk weer een rol spelen in het leven van jonge mensen. En dat is niet nieuw in de kerkgeschiedenis.

 Barbara Broeren