Kruispuntvieringen

In het vorige artikel ontdekten we al dat er meer nodig is dan een kerkdienst op zondag om de geloofsidentiteit van jonge mensen te helpen ontwikkelen. Ik noemde onder andere de kruispuntvieringen, en ik hoor je denken: ‘oh, de zoveelste jongerenviering’. Maar er is een belangrijk verschil met andere jongerenvieringen in de basishouding en communicatie. Een kruispuntviering gaat uit van het gegeven dat jonge mensen op een andere manier informatie verwerken dan de oudere generatie. Bovendien gaat een kruispuntviering niet uit van hoe breng ik onze boodschap, op een zo leuk mogelijke manier, bij de jongeren of niet kerkelijken. In een kruispuntviering staat niet het afleveren van de boodschap centraal, maar een oprechte zoektocht naar de ander: hoe word je relevant in het leven van iemand, hoe zorgen we ervoor dat zij (de niet kerkelijken) contact met ons (de kerk) willen? Daar is, in mijn beleving maar één manier voor: oprechte en belangeloze ontmoeting. Overal waar ik een kruispuntviering uitvoer hoor ik altijd na afloop: Als het zo wordt in de kerk kom ik (weer) terug.

In dit artikel beschrijf ik een kruispuntviering. In het volgende artikel leg ik je uit waarom een kruispuntviering zo wordt uitgevoerd en waarom het altijd lukt mensen hiermee te inspireren.

Wat is een kruispuntviering?

Een kruispuntviering is een bijeenkomst waarin op een moderne, interactieve wijze wordt stilgestaan bij het leven van alledag. Een kruispuntviering is gericht op ontmoeting tussen gelovigen en zoekenden en is daarom nooit massaal (max. 40 personen). Tijdens een kruispuntviering wordt elke aanwezige uitgedaagd na te denken en te praten over christelijke zingeving. Zo’n viering is niet alleen op jongeren gericht, maar op een ontmoeting tussen gelovigen en zoekenden. Hoe kunnen zoekers (die jongeren vaak zijn) geloof en identiteit vorm geven als gelovigen hen niet vertellen hoe zij dat doen? En hoe kunnen gelovigen hun geloof scherp houden als zoekenden hen geen kritische vragen stellen?

Elementen in een kruispuntviering

In een kruispuntviering worden alle elementen op visuele wijze ondersteund met behulp van de beamer. Bij voorkeur bepaalt een actuele gebeurtenis het thema en dus ook de verhalen.

De volgende elementen zijn een vast onderdeel van een kruispuntviering.

  • De viering start met een videoclip van een bekend lied uit een film of van ‘de radio’. Het vormt een meditatief moment als opgang naar de viering.
  • Iedereen wordt welkom geheten en het thema wordt geïntroduceerd.
  • Er is een Bijbelverhaal gerelateerd aan het thema of een andere verhaal uit de christelijke literatuur. Dat kan in vele vormen, maar wordt altijd zo visueel mogelijk weergegeven.
  • Er is een actieve werkvorm die de deelnemers uitdaagt elkaar te ontmoeten rondom het thema. Bijvoorbeeld een gesprek in tweetallen of groepjes, maar er zijn heel veel soorten werkvormen inzetbaar. Later wordt de uitkomst plenair besproken.
  • Alle bovenstaande elementen worden afgewisseld met minimaal 1 samenzanglied (meestal uit de traditie van Iona of Taizé) en verder bekende liedjes van ‘de radio’, tunes van films en games.
  • Tenslotte is er een gebedsmoment (of stiltemoment) met meditatieve muziek op de achtergrond. Wie dat wil kan daarbij een kaarsje aansteken. Dit moment wordt afgesloten met het Onze Vader en een zegen. Voorafgaand aan het gebed wordt met elkaar bepaald wie een bloemetje/kaartje krijgt en wie dat gaat bezorgen. Daarvoor kan een bijdrage gedoneerd worden.

Het begin en einde staan vast: er is een introductievideo met een welkomstwoord en introductie van het thema aan het begin. Aan het einde is er een gebedsmoment en de zegen. Daartussen kan de volgorde van de elementen verschillen. Sommigen van jullie zullen hierin duidelijke elementen van een klassieke liturgie terugzien. Dat heb je goed gezien. De volgende keer leg ik uit waarom ik herkenbare liturgische elementen gebruik.

Hoe help je kinderen bij het ontwikkelen van een eigen identiteit, geloofsovertuiging?

Veranderende denkkaders

Het is het belangrijk om kinderen te leren omgaan met verschillende overtuigingen en hen spelenderwijs elementen aan te bieden om hun eigen levensbeschouwing, hun eigen identiteit te gaan ontdekken. Dat kinderen uiteindelijk niet altijd dezelfde geloofsovertuiging ontwikkelen als de overtuiging van de ouders is niet nieuw. Wij geloven over het algemeen ook niet in dezelfde beelden en hetzelfde kader als onze ouders of grootouders. Iedere generatie groeit op binnen de denkkaders van hun eigen tijd. En die denkkaders veranderen met de tijd. We denken niet meer zoals honderd jaar of langer terug. Onder invloed van allerlei ontwikkelingen in onder andere techniek (social media), welvaart (mogelijkheden, keuzes) en onderwijs (kennis) verandert het denken en dus veranderen ook de wereldbeelden van mensen. Hoe sneller de ontwikkelingen, hoe sneller het denkkader verandert1.

Communicatie gaat soms mis

Dit werd mij heel duidelijk toen ik een aantal basisschoolkinderen uit groep 7/8 meenam op bezoek langs verschillende kerken in hun dorp. De meest geziene opstelling in de kerkruimtes was een tafel (liturgisch centrum) met rijen stoelen achter elkaar gericht op die tafel. Ik hoorde de volgende dialoog tussen een kind en een (oudere) koster.

Kind: “Wat gebeurt er hier dan?”

Koster: “Wij komen hier iedere zondag samen om te vieren dat we een gemeenschap zijn, dat we er zijn voor elkaar en dat we mogen delen wat we geloven.”

Het kind dacht even na en vroeg: “Als de mensen hier voor elkaar komen en iets vieren, waarom zitten ze dan achter elkaar?”

Het beeld van samenzijn en vieren was voor het kind anders dan voor de koster. Beide niet verkeerd of niet oprecht, maar wel anders. Als je er oog voor krijgt, dan zie je steeds opnieuw dit soort kleine communicatiestoornissen plaatsvinden. De uitleg van de koster is mooi en goed, maar de boodschap wordt niet begrepen.

Kansen voor het jeugdwerk

Jeugd van nu wordt getypeerd in titels van artikelen en onderzoeken: ‘Voor de generatie van nu zijn oprechtheid en hoop de nieuwe dominante gevoelsstructuren geworden’2 of ‘Generatie Zenz: sensitief & intuïtief en op zoek naar zingeving en zen’3.

Dat biedt kansen voor het (christelijk) jeugdwerk. Oprechte aandacht naar elkaar toe is voor hen niet achter elkaar zitten luisteren, maar samen spreken over het leven bij een kopje koffie en vooral samen iets doen. Voor oprechtheid en zingeving hoef je niet naar de kerk, geloven doe je juist in het leven, op straat, op school, in de keuken. Jongeren vragen om direct, actief toegepast geloof en hebben daarbij andere beelden en iconen dan de generaties voor hen. Bovendien hebben jonge mensen een andere logica voor structuur en hebben zij weinig op met oude structuren en gewoontes die ze niet begrijpen1.

Daarom is het belangrijk het aanbod in de kerk breder te maken dan alleen de kerkdienst op zondag en de gesprekskring. Op die manier kunnen jongeren hun geloofsovertuiging, hun eigen identiteit ontwikkelen. Zelf heb ik hiervoor vieringen ontwikkeld die jong en oud binden en boeien: kruispuntvieringen en gezinsvieringen. Verder gebruik ik daarbuiten de lesmethode ‘verhalend ontwerpen’ om kinderen te helpen hun (christelijke geloofs-)identiteit te ontwikkelen. In de volgende artikelen staat steeds één van deze mogelijkheden centraal.

Meer weten over andere denkkaders?

1.  Zie o.a. Generatie Einstein, Boschma&Groen, 2010, pp. 63,64)

2. Voor de generatie van nu zijn oprechtheid en hoop de nieuwe dominante gevoelsstructuren geworden (http://www.groene.nl/artikel/een-verlangen-naar-oprechtheid)

3. Generatie Zenz: sensitief & intuïtief en op zoek naar zingeving en zen (A. Weghorst, Anders, het echte verhaal van Generatie Zenz, de 5-25 jarigen van nu, Twinq, 2016)

Extra: presentatie over anders kijken en anders werken (in de kerkelijke context) https://prezi.com/gcexcex3pb0_/edit/#58_42890347

Erzsébet Thomasse

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Ken je dat spelletje van vroeger nog? Of misschien speel je het nu nog met je kinderen? “Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is groen.” De bedoeling is dat de ander kan raden en dus ook kan zien wat jij ziet. Bijvoorbeeld het grasveld in de tuin of het legoblokje dat op de grond ligt.

Een verwarrend spelletje

Dit spelletje wordt anders als je een beeld in je hoofd ‘ziet’. Je denkt bijvoorbeeld aan je bed, welk dekbed daarop ligt, de kleur en het patroon die dat heeft, etc. Dan heb je een plaatje in je hoofd dat jij wel kunt ‘zien’, maar de ander niet. De ander is niet in jouw slaapkamer op dat moment en is er ook niet geweest. Dat schept verwarring, als de ander moet raden wat je ziet. Of nog ingewikkelder: wat gebeurt er als je denkt aan een droom, iets dat je zou willen in de toekomst? Is dat een beeld wat de ander kan raden?

Dit spelletje speelde ik met de kinderen tijdens het godsdienstvormend onderwijs op openbare basisscholen. Het maakt de kinderen bewust dat je dezelfde situatie in verschillende beelden kunt vatten en dat soms de één iets ziet waar de ander iets heel anders of zelfs niets ziet. Dit kan de communicatie met elkaar beïnvloeden (zie afbeelding).

Zo is het ook met geloofsvoorstellingen. De één kan ze ‘zien’ en kan er wat mee, de ander kan er maar voor een deel iets mee en weer een ander kan er helemaal niets mee. Het helpt wel wanneer zo’n geloofsplaatje uitgelegd wordt. Vaak worden geloofsovertuigingen overgedragen door verhalen. Verhalen die laten ‘zien’ waarom je iets zou moeten geloven. Verhalen zijn eigenlijk ook een soort beelden en kunnen je iets laten inzien.

Een voorbeeld

“Vader en zoon lopen in het bos.

Plotseling struikelt de jongen en omdat hij pijn voelt roept hij: ‘Ahhhh’.

Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die ‘Ahhhh’ roept.

Vol nieuwsgierigheid roept hij: ‘Wie ben jij?’ en hij krijgt als antwoord: ‘Wie ben jij?’

Hij wordt kwaad en roept: ‘Je bent een lafaard’, waarop de stem antwoordt: ‘Je bent een lafaard’.

Vragend kijkt de jongen zijn vader aan.

De man zegt: ‘Zoon, let op’ en roept: ‘Ik bewonder jou’.

De stem antwoordt: ‘Ik bewonder jou’.

Vader: ‘Jij bent prachtig’ en de stem: ‘Jij bent prachtig’.

De jongen is verbaasd, maar begrijpt het nog steeds niet.

Daarop legt de vader uit: ‘De mensen noemen dit echo, maar in feite is dit het leven…

Het leven geeft je altijd terug wat jij er zelf in brengt.

Het leven is een spiegel van jouw handelingen.

Als je meer liefde wilt, geef dan meer liefde!

Wil je meer vriendelijkheid, geef dan meer vriendelijkheid!’”

bron: www.voorpositiviteit.nl/verhalen

Ontwikkeling van je identiteit

Zo’n verhaal als dit laat je iets inzien. Maar tegelijkertijd gaat het wel uit van een overtuiging, van een geloofsbeeld. In dit geval bijvoorbeeld dat liefde goed is en een soort van positieve kracht heeft.

Iedereen heeft een overtuiging, een kader, een beeld van waaruit hij of zij denkt. Dat is iemands identiteit. Deze identiteit is geworteld in een bepaalde levensbeschouwing. Of je nu christen of  atheïst bent of niet zo goed weet hoe je jezelf zou noemen. Maar het is die identiteit die bepaalt hoe jij je als persoon verhoudt tot een ander. Bij de ontwikkeling van die identiteit moeten kinderen geholpen worden.

Barbara Broeren en Erzsébet Thomasse

Erzsébet Thomasse en Barbara Broeren stellen zich voor

Beste lezer,

mijn naam is Barbara Broeren, theoloog en jeugdwerker. Al enkele jaren mag ik werken als kerkelijk (jeugd)werker in diverse kerken en plekken. Het ‘jeugdwerk’ binnen een kerk is een plaats waar veel gebeurt: het is de kerk in het klein. Een plek waar ik soms gefrustreerd raak van de langzame kerkelijke molens. Een plek waar ik zelf geïnspireerd wordt. En een plek waar ik al meerdere keren getuige mocht zijn van de grote dingen die God doet.

Werken in de kerk is soms ook een eenzame plek. Daarom is het altijd goed en boeiend om je in contact met collega’s te spiegelen aan andere visies en te scherpen aan andermans ervaringen.

Enige tijd geleden kwam ik (opnieuw) uitgebreid in contact met een collega uit Noord Holland. Als jeugdwerkers bij de Jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk (JOP) mochten we samenwerken als collega’s. Een aantal jaren geleden voerden we al regelmatig gesprekken over het ‘waarom’ van onze activiteiten in het jeugdwerk. Ons nieuwe contact leidde tot een aantal gesprekken via skype waarbij we elkaar steeds weer inspireren en van elkaar leren. In de komende periode zouden we graag de vruchten van onze samenwerking met jullie delen. Ik geef de pen even aan haar door…

Beste lezer,

mijn naam is Erzsébet Thomasse, theoloog en jeugdwerker. Als theoloog ben ik vooral geïnteresseerd in hoe God tot mensen spreekt. Als jeugdwerker ervaar ik hoe dat gaat in jonge gezinnen en bij jonge mensen. Ik ben theologie gaan studeren, omdat ik ging onderzoeken waarom mijn eigen kinderen niet graag naar de kerk en de nevendienst wilden. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat jonge mensen op zoek zijn naar zingeving, maar zij zoeken dat vaak niet bij de gevestigde kerken. Terwijl de kerk toch al oude papieren heeft met betrekking tot het doorgeven van zingevende geloofskaders. Dat is precies wat ik interessant vind. Ik onderzoek waarom jongere generaties de kerk niet lijken te vinden. Een aantal vragen die mij bezighouden zijn: Waar zijn ze? Hoe zoeken ze? Wat geloven ze? Hoe praten zij erover? En vooral: hoe spreekt God tot hen? Ligt het aan hun zoektocht? Of ligt het aan de communicatie van de kerk? Ik laat me inspireren door de Bijbel, door kerkgeschiedenis, door sociologie en wetenschap, maar vooral door de liefde. Liefde om jonge mensen te helpen een weg te vinden naar zingeving en naar (christelijke) spiritualiteit.

In de periode dat we werkten als jeugdwerker bij JOP vroegen we ons regelmatig af ‘waarom doe ik wat ik doe’? Soms is dat een automatisme geworden. Maar het is ons beider verlangen om anderen mee te nemen in de onderliggende visie van ons werk. We zijn er van overtuigd dat je als kerk jonge mensen helpt te zoeken naar een voor hen passend antwoord op zingevingsvragen. Deze stelling willen we in een serie van artikelen nader onderzoeken. We zien in de praktijk dat er kerken zijn die de juiste snaar bij jongeren weten te raken. We zien ook dat er soms sprake is van een mismatch tussen jongeren en de gevestigde kerken. Zijn er dingen te noemen wat positief meewerkt of juist tegenwerkt? Wie zijn de jongeren waar we het over hebben eigenlijk? En welke vragen rondom zingeving stellen zij? We hopen dat onze gesprekken over de praktische kant van het jeugdwerk jullie mogen inspireren zoals het ons ook heeft gedaan.

Barbara Broeren en Erzsébet Thomasse

We stoppen ermee!

We stoppen ermee… Soms is het genoeg. Genoeg frustraties. Genoeg gedemotiveerd. Genoeg gepraat. Soms is het goed om gewoon te stoppen. We hadden goede gesprekken. De laatste keer ook. Met slechts een groepje van vier deelnemers. Het was gezellig, de gesprekken gingen diep, er werd naar elkaar geluisterd, het was goed. Maar toch. We waren er ook moe van. Van diegenen die steeds op het laatst moment afzeiden. Van het steeds investeren in de organisatie, zonder effect.

Herkenbaar? Het is het verhaal van een jongvolwassenkring. Een groep jonge mensen die doorgestart waren na een Youth Alpha. Vol van de ervaringen die ze daar hadden meegemaakt. Vol van Gods Geest. En ervan overtuigd dat het goed was om regelmatig bij elkaar te komen. Om te eten met elkaar en te spreken over het leven in verbondenheid met God.

Jonge mensen die in 2 jaar tijd enorm gegroeid zijn. In relaties met anderen, in hun zelfkennis en in hun relatie met God. Ze namen deel aan christelijke conferenties, kwamen met notitieblokjes naar de kerk om aantekeningen te maken tijdens de preek en gingen de uitdaging aan om in een jaar tijd de hele Bijbel door te lezen.

Het was geweldig om zo’n groep jonge mensen te begeleiden. Aan te moedigen, uit te dagen, te prikkelen. Om voor en met hen te mogen bidden en zelf ook opgebouwd te mogen worden door de getuigenissen die ze vertelden.

Gelukkig is dit ook niet het einde. Waar je stopt met het een, daar komt ruimte voor iets anders. Er wordt een nieuwe Youth Alpha opgestart. En sommigen hebben een andere plek gevonden waar zij verder kunnen groeien in geloof: in vrijwilligerswerk, op studentenverenigingen, in een relatie.

Iedereen vond het jammer dat we er echt mee stoppen. Dat alleen al gaf nieuwe energie en ruimte om andere mogelijkheden te zien.

Maar toch… de vraag houdt mij wel bezig hoe dit zo kan gebeuren. Waarom hebben groepen moeite om te blijven bestaan? Ik zag een paar dingen gebeuren.

  • Het leven van de groepsleden verkeerde in een zeer dynamische fase. Toen de groep net begon studeerde iedereen nog. Op het moment dat we stopten met de kring studeerde bijna niemand meer, maar zat iedereen in een verschillende fase: net getrouwd of zich voorbereidend op het huwelijk, bezig met een verhuizing, starten met werken of op zoek naar een baan. Dat zorgde voor een praktisch probleem: de agenda’s op elkaar afstemmen.
  • Door de toegenomen agendadruk werd het lastig om prioriteiten te stellen. Aan het eind van een week hard werken was de energie gewoon op. Hobby’s, nieuwe en groeiende relaties en nieuwe banen kosten tijd en energie. Hoe fijn, leuk, gezellig en waardevol iedereen het ook vond: de keuze voor de kring was vaak niet meer de eerste keuze.
  • Door deze en andere factoren werd de groep die bij elkaar kwam steeds kleiner en bleek het moeilijk de positieve energie van eerst vast te houden. Hierdoor werd het voor eerder actieve leden ook moeilijk om de kring prioriteit te geven boven andere activiteiten. Tenslotte werd het zo vaak op het laatst afgezegd dat je er bijna op kon vertrouwen dat het niet door zou gaan.

Al met al is mijn conclusie toch dat het een gezegende tijd is geweest. Stoppen met een initiatief of activiteit is niet automatisch iets verkeerds, ook al voelt het wat weemoedig.

Het maakt voor mij des te duidelijker dat de zorg voor onze jonge gemeenteleden niet alleen ligt op het vlak van het organiseren of faciliteren van activiteiten. Die zorg ligt juist ook bij het actief zorgen voor verbinding met de kerkelijke gemeente in hun nieuwe of dynamische levensfases. En daarnaast het actief ondersteunen bij het maken van keuzes.

Gelukkig kan ik niet in de toekomst kijken, maar ik weet wel zeker dat ook voor deze jongvolwassenen geldt: Hij laat niet varen het werk van Zijn handen…

Wie brengt de jonge gezinnen in de kerk?

In allerlei bladen staan op dit moment artikelen die de vraag proberen te beantwoorden hoe je jongeren en jonge gezinnen weer de kerkbank in krijgt of hoe je ze daar houdt. Op dit moment circuleert er zowel een Engels als Nederlands artikel op internet over de vraag “welke predikant kan helpen om jonge gezinnen in de kerk te brengen”.
Alexander Veerman schrijft: ‘Soms tref je een artikel die gedachten en gevoelens verwoordt die al langere tijd met je meegaan, maar wat je nog niet scherp hebt gekregen.’ Dat was precies wat ik ook dacht toen ik het Engelse artikel las van Jan Edminston “When churches want a pastor who can bring in young families”. Ik deel de strekking van deze artikelen graag met je.

Zonder jonge gezinnen moet de kerk sluiten!

Veel gemeentes willen graag jonge gezinnen als onderdeel van de geloofsgemeenschap. Veelgehoorde redenen zijn dat zonder jongeren de kerk straks moet sluiten, zij het werk moeten overnemen van de ouderen die dit niet meer willen of kunnen doen of dat de oudere leden weer energie krijgen van de kinderen.

Alleen al deze redenen maken dat de gemeenschap minder aantrekkelijk wordt. Jongeren en jonge gezinnen worden op deze manier ingezet als behoeftebevrediging van de gemeenschap en krijgen de last van het moeten zorgen voor het voortbestaan van de gemeente op hun schouders gelegd.

‘Jonge gezinnen zijn in bovengenoemde opvatting niet interessant om wie ze zelf zijn en wat ze zelf meebrengen, maar als redding van de gemeente.’

Wat is kerk zijn?

Jan Edminston breekt een lans voor de daadwerkelijke bedoeling van een geloofsgemeenschap. Het gaat niet specifiek om jonge gezinnen of aantrekkelijk te zijn voor allerlei andere doelgroepen. De meeste predikanten en kerkelijk (jeugd)werkers falen dan ook in het “binnenbrengen van jonge gezinnen”. ‘Waar gemeenten in zwaar weer écht behoefte aan hebben, zijn voorgangers die gebroken en gebutste mensen naar een thuis kunnen leiden. Gemeenten in deze tijd hebben behoefte aan voorgangers die de geloofsgemeenschap kunnen verbinden aan de culturele context. Daar waar de geloofsgemeenschap met beide benen in de culturele context staat, waar de boodschap gaat over het leven van alledag en de gemeente diaconaal present is, zijn jonge mensen aanwezig en betrokken.

Het is van belang om goed te kijken naar de reden waarom geloofsgemeenschappen zich richten op jonge gezinnen. Zou het niet uitmaken als we juist jongeren en jongvolwassenen willen helpen en ondersteunen om in een tijd waarin veel gebeurt, tijd en ruimte te blijven maken voor de ziel? Zou het niet een verschil maken als geloofsgemeenschappen zich zouden afvragen wat zij van deze jonge mensen kunnen leren? Of dat de gemeente verbondenheid, geloof en hoop te delen heeft?’

10 manieren om betrokken te zijn

De schrijver noemt 10 manieren waarop we als kerk daadwerkelijk betrokken kunnen zijn op jonge gezinnen. We kunnen …

  1. echt zijn. Het benoemen van en omgaan met echte problemen in kerkdiensten, Bijbelkringen, gesprekken en gebeden.
  2. luisteren naar de zorgen van ouders en die van kinderen
  3. vragen hoe we voor hen kunnen bidden en dit ook daadwerkelijk doen
  4. toestaan of zelfs aanmoedigen dat het rommeltje wordt
  5. nagaan hoe onze gezichtsuitdrukking is. Grijnzen we als er een baby huilt? Fronsen we al een kind in zijn sportkleding binnenkomt?
  6. de gedachte loslaten dat iedereen kerk moet zijn op de manier zoals we altijd al kerk waren
  7. ouders, grootouders en alle volwassenen toerusten voor de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren
  8. kinderen niet als entertainment gebruiken, hoe schattig ze ook kunnen zijn
  9. ouders rust gunnen door ze te helpen met de kinderen
  10. ouders rust gunnen door het gemakkelijk te maken om deel te nemen aan de gemeenschap en alles wat niet noodzakelijk is niet te doen

En dus…

… kun je met bovenstaande gedachten misschien wel zeggen dat het ok is om geen jonge gezinnen in de kerk te hebben. Het geeft ontspanning om dat ook te mogen zeggen. Daarmee wordt de last van de schouders van de jonge gezinnen gehaald én die van alle gemeenteleden. Een last die daar ook helemaal niet hoort. Is het niet de Heer Zelf die zorgt voor Zijn kerk?

Hoe waar en waardevol de dingen ook zijn die in verschillende bladen genoemd worden om jongeren en jonge gezinnen te betrekken bij de kerk, laten we niet doorschieten in de angst dat de kerk zal verdwijnen als er geen jongeren zijn. De kerk als geloofsgemeenschap zal voortbestaan (in wat voor vorm dan ook), omdat het een gemeenschap is rondom de Heer Zelf. Angst is daarom niet nodig, achteloos achterover leunen evenmin. Laten we ons voordeel doen met alle tips uit de bladen, maar beginnen bij het uitgangspunt van de kerk zijn en bij de Heer die het fundament is van onze kerk.

(Diverse quotes in dit artikel zijn afkomstig van Alexander Veerman. Een deel van de overige tekst is afkomstig van Jan Edminston.)