Erzsébet en Barbara in een kritisch gesprek (2)

In eerdere artikelen heeft Erzsébet Thomasse haar manier van werken als jeugdwerker in de kerk toegelicht. Zij zette onder andere de achtergronden van de ‘kruispuntvieringen’ uiteen, evenals de theorie onder het ‘verhalend ontwerpen’. In drie artikelen bevraagt Barbara Broeren haar kritisch.

In het eerste artikel over de ‘kruispuntvieringen’ gaf Erzsébet aan dat het in eerste instantie niet om de boodschap gaat. In dit artikel beantwoordt zij de vraag hoe zij dit ziet in relatie tot de Protestantse traditie waarin het Woord centraal staat.

De boodschap is niet de eerste focus

Het hielp mij om in te zien dat het niet belangrijk is een boodschap (preek) te formuleren, omdat de ontmoeting met elkaar garant staat voor het vinden van betekenis. Wanneer je een boodschap verkondigt zorgt dit er niet automatisch voor dat deze boodschap aansluit bij de ontvanger en ook impact heeft. Je moet elkaar eerst ontmoeten, voordat je kunt preken. Een kruispuntviering is erop gericht om jongeren opnieuw met de kerk in aanraking te brengen en nieuwsgierig te maken naar het christelijk geloof.

Overigens vind ik een goede boodschap ook heel belangrijk. Dit is ook zeker onderdeel van zo’n kruispuntviering. Deze boodschap wordt echter niet overbracht als traditionele preek, maar we zoeken samen naar de boodschap. Tijdens de viering ga ik daar spelenderwijs op in en mee om.

Er is dus zeker sprake van een boodschap, maar dat is niet de eerste focus. In eerste instantie gaat het om de vraag hoe je contact maakt, zodat je de boodschap kunt overhandigen.

Authenticiteit

De intentie van jeugdwerkers en predikanten is vaak goed. Je werkt in de kerk, omdat je een goede boodschap hebt. Je werkt in de kerk, omdat je die boodschap wilt uitdragen aan anderen. Ik wil mensen uitdagen om hun perspectief te veranderen. Waaróm wil je die boodschap afgeven? Wat heeft ‘een jongere eraan’, wat ‘levert het hem of haar op’? Denk bijvoorbeeld aan goede gesprekken, nieuwe vrienden of jezelf leren kennen. Authenticiteit is daarbij het sleutelwoord. Jongeren zijn zich er van bewust dat je hen iets wilt ‘verkopen’, dat is prima. Maar: ze willen wel eerlijk van je weten wat je verkoopt en deze niet ingepakt ontvangen.

Delen van ervaringen

Als je als individu een goede ervaring hebt gehad, dan gun je de ander het goede van jouw ervaringen ook. Als je een goede film hebt gezien, dan vertel je dat aan een ander, omdat je denkt dat diegene de film ook mooi zal vinden. Als je yoga volgt en aan een ander vertelt dat je daar zo rustig van wordt, dan hoop je dat de ander dat ook zo zal ervaren. Je wilt jouw positieve ervaring delen, maar vertelt er ook altijd bij wat het met jou doet en waarom je denkt dat deze ervaring ook iets voor de ander kan zijn. Daarbij moeten we ons ook realiseren dat er altijd mensen zullen zijn die de film niet aanspreekt, yoga verschrikkelijk vinden en zich niet aangesproken weten door de christelijke boodschap.

Vruchtbare aarde om de boodschap te laten ontkiemen

Als je een goede boodschap hebt, dan wil je niets liever dan dat die boodschap aankomt. Je moet er voor waken dat er sprake is van eenrichtingsverkeer en je die boodschap alleen maar zendt. We zouden in de kerk vaker kunnen denken in tweerichtingsverkeer.

Ik moet altijd denken aan de gelijkenis van het zaad. Daar zegt Jezus van alles over de soorten grond waarop het zaad terecht kan komen als je het zaait. Maar er wordt niets gezegd over het vruchtbaar maken van de grond, voordat je gaat zaaien. Aandacht besteden aan je communicatie is te vergelijken met het vruchtbaar maken van de aarde, zodat de boodschap gemakkelijker ontkiemt en wortel schiet.